DE GESCHIEDENIS VAN YOGA
Er is verrassend weinig bekend over de geschiedenis van yoga. Ondanks het feit dat menig geleerde Yoga al bestudeerd heeft, zijn er nog velen hiaten.
Oorsprong van Yoga
Hoewel Yoga gehuld is in mysterie, is er bewijs dat erop wijst dat de Yoga traditie al minstens 5000 jaar bestaat, sinds de opkomst van de beschaving. Het eerste archeologische bewijs van het bestaan van Yoga zijn stenen zegels opgegraven in de Indus Vallei; op deze zegels staan afbeeldingen van figuren in Yoga houdingen. Deze artefacten plaatsen Yoga definitief in de geschiedenisboeken, zo rond 3000 voor Christus. Tevens linken deze artefacten Yoga met de grote Indus-Sarasvati beschaving. De Indus-Sarasvati beschaving was de grootste beschaving in de oudheid, en was buitengewoon vooruitstrevend voor haar tijd. Vernoemd naar de twee rivieren die door India stroomden, de Indus-Sarasvati was een maritieme maatschappij; ze exporteerden goederen door het gehele Midden-Oosten en naar Afrika. Ze bouwden gebouwen met meerdere verdiepingen, een rioleringssysteem, en ze legden stenen wegen.
Beknopt historisch overzicht van Yoga
Men kan in de geschiedenis van de yoga ruwweg drie periodes onderscheiden, nl. een pre-klassieke, een klassieke en een post-klassieke periode. De yogatraditie zou zijn ontstaan zijn uit de sjamanistische tradities uit neo-litische pre-vedische tijdperk (6500-4500 voor Christus)
[1]. Archeologische vondsten uit de Indus-vallei, stenen zegels met afbeeldingen van figuren in Yoga-houdingen duiden erop dat de yogatraditie al minstens 5000 jaar oud is.
In de belangrijkste geschriften van het hindoeïsme neemt yoga steeds een belangrijke plaats in. De veda's bevatten de oudste yogische beginselen. Voortbouwend op de oude overlevering ligt hierin sterk de nadruk op het meditatieve aspect in combinatie met een ritualistisch karakter. Deze beginselen worden verder uitgewerkt in de upanishaden. Hierin wordt sterk de nadruk gelegd op de innerlijke ontwikkeling en hieruit evolueerde een grote verscheidenheid aan praktijken die zich elk tot eigen tradities ontwikkelden waaruit weer nieuwe stromingen konden ontstaan.
[2] Dat is trouwens een fenomeen dat de hele ontwikkeling van yoga kenmerkt. Yoga is ook in de epische geschriften te vinden. Zo staat in de Bhagavad Gita yoga centraal. In dit werk worden verschillende tradities verenigd.
De periode van de klassieke yoga breekt aan rond het begin van onze tijdrekening. De (klassieke) yoga wordt, hoewel ze een veel ouder en zeer verscheiden fenomeen is, vaak geïdentificeerd met de leer en het werk van Patanjali. Men weet niet precies wanneer Patanjali precies heeft geleefd maar de tekst moet reeds voor de eerste eeuw voor Christus zijn ontstaan. De toevoegingen door Patanjali zijn jonger (tot de derde eeuw na Christus). Patanjali heeft gezorgd voor een standaardisering van yoga. Anders dan de pre-klassieke yoga kenmerkt de leer van Patanjali zich door een sterk dualisme van ziel en materie.
De postklassieke periode die ongeveer rond het jaar 500 van onze tijdrekening aanvangt kenmerkt zich door de sterke bloei van tal van verschillende stromingen waarbij tantra een erg belangrijk fenomeen is en door de voortschrijdende verspreiding van yoga in Azië en later ook steeds meer in het westen. De yoga uit de post-klassieke periode kenmerkt zich zoals deze uit de pre-klassieke periode door een niet-dualistische werkelijkheidsbeschouwing.
[1] V. Worthington,
A History of Yoga, London, Arkana, 1982, p. 11
[2] G. Feuerstein,
The Yoga Tradition, p. 27.