X
?
Ontmoetingsweekend Vaalbeek 16 en 17/10/2010
Lees meer...
Internationaal Yogacongres-Zinal
Lees meer...
NIEUWSBRIEF
Lees meer...

Wij zoeken enthousiaste medewerkers(sters) met yoga en/of redactie ervaring om deel te nemen aan de nieuw te vormen redactie.

Lees meer...


Siddhâsana

 

 

 

 

KLASSIEKE TEKSTEN

Veda's

Uit de Indus-Sarasvati beschaving komen ook de klassieke teksten, beter bekend als de Veda's; de oudste geschriften in de wereld. De Veda's zijn een verzameling van hymnen die een hogere macht prijzen; het bevat het oudste, gedocumenteerde Yogische beginselen, en wordt beschouwd als Goddelijke revelatie. De kennis van de Veda's is ook bekend als Vedisch, of als Pre-klassieke Yoga. Vedische Yoga wordt gekarakteriseerd door ritualistische ceremonieën. Uit deze ceremonieën is de variant van Yoga ontstaan, die de beoefenaar aanspoort de beperkingen van de geest te overstijgen.

Vedische literatuur staat vol met verwijzingen naar gebedsvolle bezinning van het Absolute (Brahman); hogere visioenen (dhi); en de ideale harmonie (rita). Vedische mensen vertrouwden erop dat de 'rishis' (‘Zieners', toegewijde Vedische Yogi's) hen zouden leren hoe ze in Goddelijke harmonie moesten leven. Door intense spirituele oefeningen zagen de rishis vaak visioenen van de ultieme realiteit. Later werden teksten geschreven, genaamd de Brahmanas, waarin de rituelen en de hymnen van de Veda's werden beschreven. De Aranyakas teksten volgden, waarin de rituelen van de Yogi's, die afgezonderd in het bos leefden, beschreven worden. Dit tijdperk diende ook als het begin van de medische traditie in India, bekend als Ayurveda. Rond 1900 v. Chr. Zorgde de verschuiving van een tektonische plaat er voor dat de grote rivier de Sarasvati opdroogde, waardoor de Indus-Sarasvati beschaving gedwongen werd zich te verplaatsen naar het zuiden, naar de Ganges rivier.

Pre-Klassieke Yoga

Ergens tussen 1800 en 1500 v. Chr. verschenen er enkele Gnostische teksten, genaamd de Upanisjads. De ongeveer 200 geschriften, waaruit de Upanisjads bestaat, beschreven de transcendentale zelf (atman), en de relatie met de ultieme realiteit (Brahman). De leer van de Karma stamt naar verluid ook van deze Upanisjads af. Net als het Nieuwe Testament het Oude Testament voortzet en aanvult, zo gaat de Upanisjads ook verder waar de geschriften van de Veda's ophouden. Met de leer van de Upanisjads brak het tijdperk van aan van het Pre-klassieke Yoga.

Rond 1400 v. Chr. categoriseerde een groot wijze genaamd Vyasa de Vedische hymnen in de vier Vedische teksten die we vandaag kennen; Rig Veda ("Kennis van Lof"); Yajur-Veda ("Kennis van Opoffering"); Sama-Veda ("Kennis van Liederen"); en Atharva-Veda ("Kennis van Atharvan"). In 1200 v. Chr. startte de verlichte onderwijzer Rishabha de traditie die beter bekend staat als Jainism en welke ook gewijd is aan de bevrijding van de ziel. Toen begon er, in 1000 v. Chr., een tweede verstedelijking aan de oevers van de Ganges (de voormalige Indus-Sarasvati beschaving). Weer later, in de zesde eeuw v. Chr. verspreidde heer Boeddha de leer van het Boeddhisme, welke de nadruk legde op Meditatie en ethiek. Boeddhisme had enkele grote overeenkomsten met het Hindoeïsme; maar de yoga wijzen zagen de gebreken in het negeren van de het fysieke reinigingsproces. Siddharta Guatama, wie zeer geoefend is in Meditatie, en tevens één van de eerste boeddhisten die ook Yoga bestudeerde, bereikte verlichting op een leeftijd van 35.

Vandaag de dag heeft Bhagavad-Gita wellicht de meeste invloed gehad op de Hindoe cultuur en filosofie. Deze oude tekst werd geschreven rond 500 v. Chr., en het is het eerste geschrift dat volledig gewijd is aan Yoga. De Bhagavad-Gita bevestigt dat yoga al erg oud was op het moment dat het geschreven werd. Slechts 700 verzen lang, de Gita is een conversatie tussen Prins Arjuna en de God-mens Krishna. De boodschap van de Gita is om het kwaad in de wereld te bestrijden. De Gita verkreeg zijn relevantie vanwege de poging tot het combineren van Jñana-Yoga, Bhakti-Yoga en Karma-Yoga, om zodoende deze drie Yoga tradities te verenigen. Veel scholen in deze tijd leerden manieren om een diep en intens niveau van Meditatie te bereiken, om op deze manier het lichaam en de geest te overstijgen, en een ware, grenzeloze zelf te bereiken.

Boeddhisme groeide snel, en in 480 v. Chr. systematiseerden enkele oudere discipelen van Boeddha de Boeddhistische leer. In de volgende paar eeuwen werden de gecanoniseerde geschriften van het boeddhisme gestructureerd. In 300 v. Chr. schreef Jaimni de Mimamsa-Sutra, de eerste gezaghebbende tekst over het Hindoeïsme. Jaimni wordt beschouwd als een discipel van Vyasa. Snel daarna bekeerde Keizer Ashoka tot het Boeddhisme en verspreidde zodoende het systeem. Dit was het grootste tijdperk van Boeddhistische invloed in India.

Klassieke Yoga

Na de millenniumwisseling moet de verspreiding van het Yoga plaatsmaken voor de behoefte aan standaardisering. Dus, in de tweede eeuw stelde Patañjali een rudimentaire tekst op, de Yoga Sutra, en definieerde daarmee het klassieke Yoga. De 195 aforismen of sutra's waaruit de yoga-Sutra bestaat borduren voort op Raja-Yoga (het achtvoudige Yoga pad). De yoga-Sutra is er om uit het hoofd geleerd te worden, om zodoende de kennis die het bevat te internaliseren. De Acht Geledingen van het Klassieke Yoga zijn: 1) Yama, of beteugeling, 2) niyama, of het observeren van zuiverheid, 3) Asana, of de Fysieke Oefeningen, 4) Pranayama of Ademhalingscontrole, 5) Pratyahara, of voorbereiding voor Meditatie, 6) Dharana, of concentratie, 7) Dhyana, of Meditatie en 8) Samadhi, of absorptie in het sublieme. Patañjali is voorstander van het bestuderen van de heilige geschriften als onderdeel van het beoefenen van Yoga; iets dat een onmiskenbaar onderdeel is geworden van het klassieke Yoga.

Een echt baanbrekend kenmerk van Yoga-Sutra is echter het voorschrift van het filosofische dualisme. Patañjali geloofde dat een scheiding van de materie (prakriti) en de ziel (purusha) nodig was om de ziel te reinigen en volledige zuiverheid te bereiken. Dit staat in sterk contrast met het Pre-klassieke en Vedische Yoga, welke een eenheid van lichaam en ziel prediken. De leer van Patañjali representeert verwijdering van de traditionele non-dualistische Yoga, en het legde de funderingen voor het post-klassieke Yoga. Nog eeuwen na Patañjali was zijn dualisme dominant in Yoga. Yogi's concentreerden zich exclusief op de meditatie en negeerden de Asanas. Zij trachtten het sterfelijke lichaam af te werpen en zich te mengen met de ultieme realiteit door middel van bezinning. Maar door de uitvinding van alchemie, de voorganger van chemie, werd bij de Yoga meesters het geloof in het lichaam als een tempel weer nieuw leven in geblazen. De tijdsgeest verschoof toen naar gezondheid, een lang leven en onderhoud van de gezondheid. De Yoga meesters trachtten te laten zien dat de nieuwe Yoga technieken de biochemie van het lichaam fundamenteel veranderde, om het lichaam zodoende onsterfelijk te maken. Dit refereerde terug naar het geloof dat heerste tijdens het Pre-klassieke en Vedische Yoga; de vooraanstaande plaats van de Asana. Tevens luidde het het begin in van het Post-klassieke Yoga.

Post-Klassieke Yoga

Tijdens het tijdperk van de Post-klassieke literatuur was tevens de opkomst van de rijke, vruchtbare literatuur, de verschillende vertakkingen van Yoga (o.a. Hatha en Tantra), en vele holistische scholen van Yoga. Postklassieke Yoga kan het best beschreven worden als de waardering voor het huidige moment. Beoefenaars probeerden niet langer vrij te geraken van deze realiteit, maar ze probeerden het te accepteren en in het moment te leven.